Achterblijven op een woning
U woont in een huurwoning, maar u bent niet de hoofdhuurder. Bijvoorbeeld omdat u samenwoont, inwoont of onderhuurt. Wat gebeurt er als de hoofdhuurder vertrekt of overlijdt?
Als de hoofdhuurder vertrekt
Als de hoofdhuurder vertrekt en u wilt in de woning blijven wonen, kan dat onder bepaalde omstandigheden. Voorwaarde is dat u hebt samengewoond met de hoofdhuurder. Om in het huis te kunnen blijven wonen, moet u de verhuurder verzoeken om contractoverschrijving. Het huurcontract wordt dan op uw naam gezet. Contractoverschrijving kan alleen als u kunt aantonen dat er sprake was van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding.
Duurzame samenwoning moet blijken uit de volgende gegevens:
- beide partners moeten volgens de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie (voorheen Bevolkingsregister) twee jaar of langer op de woning hebben samengewoond, én
- de achterblijvende partner moet kunnen aantonen dat er sprake was van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (door middel van gedateerde bank- of giroafschriften van een rekening op beider naam, energierekeningen op twee namen, een samenlevingscontract, enz.), én
- er mag géén sprake zijn van een familierelatie tussen beide partners.
Let op: de bovenstaande regels gelden alleen voor vergunningsplichtige woningen, dus voor huurwoningen met een kale huurprijs tot de huurprijsgrens.
Als de hoofdhuurder overlijdt
Als de hoofdhuurder overlijdt en u woont op het moment van overlijden bij de hoofdhuurder in, dan wordt de huurovereenkomst automatisch zes maanden voortgezet op uw naam. Als u met de hoofdhuurder samenwoonde, kunt u ook na die periode van zes maanden huurder blijven. U dient toestemming te vragen bij de kantonrechter binnen zes maanden na het overlijden van de hoofdhuurder.
Voorwaarden:
- u kunt aantonen dat u in de woning uw hoofdverblijf had en dat u met de overleden huurder een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voerde. Let op: de gemeenschappelijke huishouding hoeft niet tenminste twee jaar te hebben geduurd om duurzaam te zijn. (De minimale termijn van twee jaar geldt alleen als de medehuurder een woning wil overnemen na het vertrek van de hoofdhuurder.) Bij overname na het overlijden van de hoofdhuurder moet de duurzaam gemeenschappelijke huishouding blijken uit de bedoeling van partijen. De tijdsduur kan van belang zijn maar is niet doorslaggevend;
- u kunt aantonen dat u de huur kunt betalen;
- u kunt aantonen dat u in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning, d.w.z. dat u ouder bent dan 18 en beschikt over een geldige verblijfstitel.
Zie ook
Achterblijven op een woning